Common European Framework of Reference (CEF)

Taleninstituut Dutchtraining volgt de Europese taalniveaus

Taalonderwijs; gericht op wat de cursist moet kunnen binnen zijn specifieke werkomgeving

'ik kan mijn mening verdedigen in een vergadering, ik kan de aanwijzingen begrijpen bij een routebeschrijving, ik kan een offerte aan een klant sturen'.     
Kijk zelf wat u kunt .... Engels / Nederlands

Om de beschrijving van taalvaardigheidniveaus voor de verschillende Europese talen te standaardiseren, heeft de Raad van Europa het Common European Framework (Gemeenschappelijk referentiekader) ontwikkeld. Voordeel van dit systeem is, dat het gebruikt kan worden voor alle Europese talen.

De niveaus worden beschreven aan de hand van zogenaamde 'kan-stellingen'/'can do statements'. Per vaardigheid (luisteren, lezen, spreken, gesprekken voeren en schrijven) is aangegeven waartoe men in staat is. Met deze 'can do statements' kan een trainer/cursist het start- en eindniveau bepalen. Het niveau kan per vaardigheid verschillen: een cursist kan bijvoorbeeld wel redelijk een Spaanse tekst lezen, maar heeft moeite met spreken.

Elk niveau is onderverdeeld in een lage kant en een hoge kant. We krijgen zo een indeling van zes taalvaardigheidniveaus voor lezen, luisteren, mondelinge interactie (gesprekken voeren), mondelinge productie (spreken) en schrijven:

A1 & A2 (beginnend taalgebruiker),
B1 & B2 (onafhankelijk taalgebruiker) en
C1 & C2 (vaardig taalgebruiker).

Niveau C2 is een zeer hoog vaardigheidsniveau dat pas bereikt wordt na een aantal jaren leven en werken in een land waar de vreemde taal als eerste taal gesproken wordt of na een academische opleiding in de vreemde taal.

De niveaus worden beschreven door middel van schalen:

Intake           ---A1.1---A1.2---A2.1---A2.2---B1.1---B1.2---B2.1---B2.1 etc.
Startniveau :………………..X………………………………………………………………………….
Na training     ---A1.1---A1.2---A2.1---A2.2---B1.1---B1.2---B2.1---B2.1 etc.
Eindniveau  : …………………………………….X…………………………………………………….


De Europese taalniveaus geven een nieuwe vorm van assessment. Wij kijken naar wat iemand kan in de taal. Is de taal correct maar meer nog is de taal succesvol?

Tijdens de intake krijgt u opdrachten die met uw werkzaamheden te maken hebben. Wij kijken in hoeverre u de opdrachten succesvol uitvoert. Dan beoordelen wij uw taalniveau volgens de zogenoemde ‘kan-stellingen’ van het CEF.

Hier volgen enkele voorbeelden:
kan vertrouwde dagelijkse uitdrukkingen begrijpen en gebruiken (A1);
kan de hoofdgedachte van een ingewikkelde tekst begrijpen (B2),
kan een duidelijke, goede gestructureerde en getailleerde tekst over complexe onderwerpen produceren (C1).
 
Programma's in het talenonderwijs worden meestal geformuleerd in de vorm van te beheersen leerstof: grammatica, woordenschat, spelling. Hoewel buiten kijf staat dat deze elementen onmisbaar zijn voor het opbouwen van taalvaardigheid, is er te weinig relatie tussen het leren van een vreemde taal en het gebruiken van een vreemde taal in de praktijk. Door het gebruik van het CEF krijg je helder wat de cursist kan in de vreemde taal die hij/zij moet spreken of schrijven. De 'kan-stellingen' zijn een leidraad voor het programma. Daarbij geven ze een helder beeld van de geboekte resultaten tijdens en na de training.

we help you stay focused on your work instead of your words